Recensies

De Kleine plechtige Mis van Rossini in de Grote Kerk
Toonkunst Alkmaar met de Petite Messe Solennelle van Rossini

Recensie 10 december 2009, Harry Oberendorf, Almere

Uitvoerenden:

Toonkunst Alkmaar
Diane Verdoodt, sopraan
Liesbeth van der Loop, alt
Marten Smeding, tenor
Julian Hartman, bas
Annelies Komen, piano
Cor Brandenburg, harmonium
Marcel Joosen, algehele leiding

In december 2004 maakte Marcel Joosen zijn debuut als dirigent van Toonkunst Alkmaar met een uitvoering van The Messiah van Händel. Op 10 december 2009 vierde hij zijn eerste lustrum bij Toonkunst met een uitvoering van de Petite Messe Solennelle van Rossini.

Dat was een moedige keuze. Het stuk wordt alleen maar begeleid door piano en harmonium. Er moet dus meer van en uit het koor komen dan bij een werk met orkest. De begeleiding was prima. Pianiste Annelies Komen liet horen dat ze de kunst verstaat de pianopartij orkestraal te denken. Ze bespeelde de vleugel met een grote en grootse klank. Af en toe voor mijn oren zelfs grandioos. Ze nam als het nodig was ook terug in klank.

Cor Brandenburg kweet zich gewetensvol van de ietwat ondankbare harmoniumpartij. Het harmonium fungeert voor mijn gevoel in deze Rossinipartituur als een vervanging van de blaasinstrumenten. Niet zozeer als een vervangend orgel. Je hoort het tijdens de uitvoering vaak nauwelijks. Maar als je het weg zou laten, mis je ontegenzeggelijk iets dat ik niet goed in woorden kan uitdrukken. Ik ervoer de harmoniumpartij als een soort fluwelen omlijsting van de totale klank van de muziek. Het instrument moest nog ouderwets door de bespeler getrapt worden. Cor Brandenburg leverde dus niet alleen een muzikale maar ook een sportieve prestatie.

Het koor stak in grootse vorm. Stak weer in grootse vorm mag ik wel zeggen, als ik terugdenk aan de geslaagde uitvoering van het Requiem van Verdi op 15 mei 2009.De uitvoering was zondermeer spannend. Marcel Joosen ging van start in een snel tempo. In eerste instantie zelfs erg snel, maar naarmate het stuk vorderde vond ik de tempi toch logisch klinken.

Het koor klonk majestueus in het Kyrie. De heren zetten vervolgens zeer geconcentreerd in op het Christe Eleison. In het Gloria viel de sonore bas op van Julian Hartman. Het harmonium orgelde er hier lustig op los. Alleen de sopraan vond ik wat zacht. Het derde deeltje, het Gratias, is een solostuk voor alt, tenor en bas. Alt Liesbeth van der Stoop bleek niet alleen een mooie maar ook een goeddragende stem te hebben. De 3 solisten beëindigden het stuk met een ragfijn gezongen pianissimo.

Het vierde deel is de tenoraria Domine Deus. Dat is relatief simpele muziek. Marten Smeding bracht het met een mooie afwisseling tussen piano en forte. Hij was gelukkig niet larmoyant. Daar kan het zingen van het stuk wel eens in ontaarden, maar daar was bij Smeding geen sprake van. Hij zong ook zijn hoge noten fraai en open maar zonder onnodige krachtpatserij. Sopraan en alt voeren daarna goed met het Qui Tollis. De mooie melodie bloeide op in het zilveren timbre van sopraan Diane Verdoodt. In het Quoniam leidt een druk intro tot een druk begeleidde melodiek. Weer kwam Julian Hartman tot een topprestatie. Het is ook een dankbaar aria voor een zanger met een diep timbre. Rossini was zelf een getrainde bas-bariton. Dat zal wellicht een rol hebben gespeeld bij het componeren van dit deel van de mis.

In het Cum Sancto Spiritu viel me op hoe goed de koorpartijen onderling stemden. Het koor kon ook de tempowisseling goed aan bij de tweede inzet van het thema. Dat werd geen brei: de stemmen waren en bleven afzonderlijk goed te volgen. Marcel Joosen wist het koor ook goed bij een te houden in het hoge tempo van de fuga: die liep bepaald als een trein. Fuga’s kunnen wel eens vervelend zijn om aan te horen. Dan ontaardt de uitvoering in een soort mechanisch vocaliseren. Daar was bij Toonkunst geen sprake van.

Het Credo na de pauze werd majestueus ingezet. De piano en het harmonium waren ook goed hoorbaar in de zeer luide passages. Diane Verdoodt wist vervolgens goed raad met haar Cruxifixus solo.

Het koor nam daarna de fuga in het Et Resurrexit weer in een razend tempo. Ook hier liet het horen dat het zijn zaakjes kende. De uitvoering was swingend als je dat bij een mis mag zeggen tenminste. Koor en solisten kregen even een adempauze bij de nr. 11 van de partituur: het instrumentaal Preludio religioso of Offertorium. Annelies Komen speelde het onberispelijk. Ik vind het compositorisch wel een van de zwakkere onderdelen van het stuk.

Het Sanctus begon met een fraai gespeelde harmonium solo aan het begin. De sopraan was vervolgens te horen in haar grote solo O Salutaris Hostia. Ze zong het mooi rustig. Het stuk is dan ook uitermate geschikt voor haar zilveren timbre. Wel had het wat spannender gemogen. Juist dit stuk leeft op met een snuifje opera in de uitvoering. De mis wordt afgesloten met het Agnus Dei. Rossini heeft deze tekst gezet voor altsolo en koor. Liesbeth van der Loop hield zich met haar kernachtige timbre mooi staande tegenover het intens zingende koor. Toonkunst was uitermate geconcentreerd en alert in dit laatste stuk. Het demonstreerde dat kernachtig zingen niet per se luid zingen hoeft te zijn.

Ik vond deze uitvoering van de Petite Messe Solennelle een feest voor het oor. Marcel Joosen heeft er zijn eerste lustrum bij het koor waardig mee gevierd. Ik hoop van harte dat Toonkunst Alkmaar deze kleine plechtige mis op zijn repertoire houdt. Dan kunnen muziekliefhebbers er in de hopelijk nabije toekomst weer van genieten. Het stuk is dat waard. Zeker als het op dit hoge niveau uitgevoerd wordt!

 

Verdi in Alkmaar
Requiem van G.Verdi, Grote of Sint Laurenskerk te Alkmaar

Recensie 15 mei 2009, Harry Oberendorf, Almere

Uitvoerenden:

Toonkunstkoor Alkmaar en Philharmonia Amsterdam.
Ellen Schuring, sopraan
Alison Metternich, alt
Livio Gabrielli, tenor
Frans Fiselier, bas
Algehele leiding: Marcel Joosen

Het Toonkunstkoor Alkmaar bewees vrijdagavond 15 mei jl. eens te meer zijn bestaansrecht als groot symfonisch koor. Het voerde met vier solisten en een volledig bezet symfonieorkest het Requiem uit van Giuseppe Verdi. Voordat de muziek begon, herdacht de voorzitster van het koor Hanneke Abrahamse de onlangs overleden contrabassist van het begeleidende orkest Peter Oosterveldt. Ze memoreerde de jarenlange samenwerking met Peter als inspirerend en toonaangevend orkestlid. De uitvoering van het Requiem werd aan hem opgedragen. Een waardig afscheid, zoals alleen verknochte muzikale vrienden elkaar kunnen bereiden.

Deze extra aanleiding heeft zijn uitwerking niet gemist. Zelden heb ik het Toonkunstkoor Alkmaar geconcentreerder en ontroerender horen zingen. Philharmonia Amsterdam was de buitengewoon alert spelende partner. Dirigent Marcel Joosen coördineerde het geheel op fantastische wijze. Het was duidelijk dat deze maestro een van de avonden beleefde waarvoor hij dirigent is geworden.

Er was veel te genieten. Het koor kende zijn muziek. Af en toe had het zich wel wat meer mogen laten gelden vond ik, vooral in het begin. Het Requiem begint niet gemakkelijk voor een koor. Het moet meteen opboksen tegen een volledig orkest. Vele noten moeten zacht tot zeer zacht gezongen worden. Er komen ook af en toe korte frasen voor waar opeens voluit en heel luid gezongen wordt. Dat moet dan onmiddellijk weer terug genomen worden. Ik kan me voorstellen dat het eerste stuk heel intimiderend is voor een koor. Maar naar mijn mening onderschatte Toonkunst zichzelf in het begin. Er gebeurden geen ongelukken, daar stond de trefzekere directie van Marcel Joosen garant voor. Maar het koor had wat meer vertrouwen in zichzelf mogen hebben. Verderop in het stuk bleken de beginzenuwen geheel overwonnen.

Bij het Tuba Mirum werd ik als luisteraar overdonderd door een schitterend akoestisch effect. De op verschillende plaatsen in de kerk opgestelde trompetten schalden vrijuit. Ik heb deze solo’s nooit fraaier gehoord. Werkelijk een levensechte weergave van de bazuinen van het laatste oordeel!

Het solistenkwartet van de avond voldeed prachtig. Het reageerde duidelijk op de veilige muzikale omarming die hen door koor, orkest en dirigent werd geboden. Onderling mengden de stemmen ook goed. Bas Frans Fiselier had zijn fraaiste moment in de bassolo Confutatis Maledictis. Die werd onmiddellijk voorafgegaan door de tenorsolo Ingemisco, Livio Gabrielli zong dat stuk ingetogen. Het had van mij wel wat exuberanter gemogen. De hoge bes op het einde slaagde mooi. De alt Alison Metternich had duidelijk meer moeite in de luidere passages. Daar ging de stem opeens heel anders en niet altijd fraaier klinken. In het duet met de sopraan Recordare lukte het allemaal wel weer prachtig.

De onbetwiste ster van de avond vond ik Ellen Schuring. Zij verdeelde haar vocale reserves vakkundig en intelligent over het concert. Absoluut hoogtepunt van haar zingen was de engelachtige tonen die ze produceerde in het laatste deel van het Requiem: het Libera Me. In deze frase smeekt de gelovige gespaard te worden van de verschrikkingen van de dag van het laatste oordeel. Schuring liet haar pure heldere sopraanstem vrij zweven boven het vocale en orkestrale geweld dat Verdi daar voorschrijft. Verdi toont zijn compositorisch genie door de laatste maten van het stuk niet uit te laten klinken met alle verzamelde krachten op windkracht 9, zoals je zou verwachten. Nee, de laatste 10 maten gaan van zacht tot werkelijk nog maar net te horen zacht. Het koor sloot ook fluisterzacht af. Een moment van onaardse schoonheid vond ik dit pianissisimo, voortgebracht door een grote goed getrainde zangers!. Dank u wel Toonkunst!. Ik hoop van harte dat Toonkunst Alkmaar Verdi’s Requiem op het repertoire houdt.

Terug naar de concerten