George Frederick Handel (1685-1759)

HandelGeorge Frederick Handel ( de Engelse naam die hij verkreeg bij zijn naturalisatie op 13 februari 1726) werd als Georg Friedrich Handel op 23 februari 1685 te Halle geboren. Zijn vader, barbier en chirurg, onderdrukte zijn muzikale aspiraties, zodat de jonge Georg in het geheim studeerde.

In 1702 liet hij zich ,zoals zijn vader gepland had, inschrijven als student in de rechten,maar het volgende jaar ging hij naar Hamburg waar hij als violist en cimbalist aan de Opera werkte.

Handel is twee en twintig jaar als hij Hamburg verlaat.Hij leidt vijf jaar een reizend leven in Italie (Florence,Rome,Napels en Venetie) waar hij toen beroemde componisten als Alessandro en Domenico Scarlatti,Benedetto Marcello en Arcangelo Corelli persoonlijk leert kennen. In 1710 wordt hij onder invloed van de successen die hij als operacomponist in Venetie haalde,benoemd tot hofkapelmeester te Hannover. Veel had hij er niet te doen en zo trok hij herhaaldelijk zonder verlof naar Londen. Toen in 1714 de keurvorst van Hannover Koning van Engeland werd trok Handel zich wijselijk terug en componeerde een tijdlang in stilte.

Door een list wist hij zich met Koning George te verzoenen: toen de vorst eens op de Theems ging spelevaren hoorde hij van een andere boot prachtige muziek; dit bleek Handels “ Water Music” te zijn, door hem persoonlijk geleid. De Koning liet Handel op zijn schip brengen en vergaf hem zijn desertie.

In 1719 stichtte Handel de “ Royal Academy of Music” ; een groots opgezette Italiaanse opera waarvan hij met Bononcini en Ariosti directeur werd.Voor dit instituut schreef hij een reeks van ongeveer vijf en dertig opera’s op Italiaanse tekst. Nadat het opera instituut failliet gaat wijdt hij zich geheel aan het componeren van oratoriumwerken. Het ene na het andere werk vloeit uit zijn pen zoals: Samson,Semele,Belsazar,Judas Maccabaeus,Messiah,Joshua en Jephta.

Tijdens het schrijven van Jephta wordt Handel slechtziende, maar hij zet zijn oratoriumuitvoeringen voort,zelfs als hij geheel blind geworden is. Op 14 april 1759 overlijdt hij te Londen. Zijn graf vindt men in de Westminster Abbey.

Handel heeft meer dan 610 werken nagelaten waaronder 42 opera’s,20 oratoria,meer dan 120 cantates,trio’s en duetten.Onder zijn instrumentale werken vallen de orgelconcerten,ouvertures en kamermuziek zoals hobo- en vioolsonates en werken voor klavecimbel en orgel.

De Messiah


Handel componeerde de Messiah op 56-jarige leeftijd in een tijdsbestek van slechts 24 dagen ( 22 augustus –14 september 1741). De eerste uitvoering vond plaats in Dublin voor een liefdadig doel en tijdens zijn leven heeft Handel de opbrengst van dit werk steeds bestemd voor het Foundling Hospital.

Charles Jennens schreef de tekst, naar Profeten,de Psalmen en de Evangelien. Dit oratorium is geen heldenoratorium.Christus zelf wordt in geen enkele vocale partij getoonzet. Hij wordt in lyrische beschouwingen in de aria’s ter sprake gebracht. Het koor heeft in dit werk een lerende,profeterende en lofprijzende functie.

De Messiah bestaat uit drie delen. De ouverture dient ter introductie van het eerste deel,waarin de komst van de Messias wordt aangekondigd.In dit deel vormt de Pastorale Symphonie een hoogtepunt. Eenvoudig, in driedelige vorm, schept ze de sfeer van de grote gebeurtenis,die de climax vindt in het Glory to God.

Het tweede deel gaat over het lijden en sterven van Christus,Zijn opstanding en de verkondiging en overwinning van het Evangelie.In de rijke afwisseling van dit deel met koren en aria’s vormt het Hallelujakoor de majestueuze afsluiting. Toen in 1743 de Messiah in een eerste uitvoering in Londen werd gezongen stond koning George II tijdens het Halleluja van zijn zetel op en hoorde staande deze lofprijzing aan: de toehoorders volgden dit voorbeeld en sindsdien bestaat de gewoonte op te staan bij het begin van dit koor.

Het derde deel getuigt van de overwinnig op lijden en sterven en het laatste oordeel; de aria I know that my Redeemer liveth geeft het krachtige woord: Ik weet dat mijn Verlosser leeft en dat Hij mij ten laatste dage wekt; want Christus is opgestaan van de dood. Dit deel bevestigt het gehele werk met het enkele woord Amen.

In verband met de lengte van de Messiah zullen enkele coupures worden gemaakt. Volgens het tekstboekje de nummers:

*34
*37 en 39
*47 t/m 50

Pauze na nummer 31.