Navidad Nuestra en Misa Criolla | Ariel Ramírez (1921-2010)

Ariel Ramírez werd geboren in 1921 in Santa Fé in Argentinië. Aanvankelijk studeerde hij piano, maar raakte al snel gefascineerd door de muziek van de indianen, gaucho’s en creolen in de bergen. In 1950 ging hij naar Europa om lezingen over muziek te geven en zich te verdiepen in de Europese muziek. In kleine theaters liet hij de Argentijnse ritmes op piano horen, onder andere in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Toen hij in 1954 terugkeerde naar Argentinië wilde hij een religieus werk schrijven dat hij op zou dragen aan zijn Europese vrienden, maar doordat hij steeds bekender werd in eigen land kwam dat er niet van. Tot in 1963 de mis in de volkstaal toegestaan werd in de katholieke kerk. Toen zette hij zich tot het componeren van zijn Misa Criolla. Een jaar later brak hij wereldwijd door met het verschijnen van een lp met Navidad Nuestra en de Misa Criolla. Navidad Nuestra is een kerstcantate die uit zes delen bestaat met verschillende Argentijnse ritmes die gezamenlijk het klassieke kerstverhaal vertellen, van de aankondiging van de geboorte aan Maria door de engel Gabriël tot de vlucht naar Egypte. Tekstschrijver Félix Luna heeft ervoor gekozen de scènes te situeren in Argentinië. Zo trekken Jozef en Maria over de pampa’s en wanneer het kindje geboren is komen de herders uit de verschillende dorpen in de buurt en gaan naar Aimogasta (Bethlehem) in de provincie La Rioja en brengen kaasjes en bloemen. Daarna komen de drie koningen, die onder andere honing en een witte poncho van echte alpacawol meebrengen. Het slot beschrijft de vlucht naar Egypte. Opvallend is dat het eigenlijk niet specifiek over de vlucht naar Egypte gaat, maar over de vlucht van kinderen overal ter wereld. Misa Criolla, het bekendste werk van Ramírez, werd gecomponeerd in 1964. De naam ‘Criolla’ staat voor de vele culturele invloeden in Argentinië. De Argentijnse ‘Criollos’ zijn een mengeling van vele volkeren, zoals Europeanen, Afrikanen en oorspronkelijke bewoners. In de mis worden onder andere instrumenten uit het Andesgebergte gebruikt, zoals de charango (indiaanse gitaar), de bombo (Argentijnse trom) en de quena (indiaanse fluit). Dramatische ritmes uit het noordelijk Andesgebergte vormen de basis van het Kyrie. Het populaire Gloria dat daarna komt, bestaat grotendeels uit een vrolijke carnavalito (Boliviaanse dans), in het midden opeens afgewisseld door een langzaam ritme dat door de Inca’s voor begrafenissen gebruikt wordt. Het Credo is een onweerstaanbare chacarera, de belangrijkste feestdans in Argentinië. In het Sanctus is een subtielere variant op de carnavalito te horen. De mis eindigt met het Agnus Dei, met een melancholiek ritme van de Argentijnse pampa’s.

Stella Natalis | Karl Jenkins (1944)

Karl Jenkins werd op 17 februari 1944 geboren in Penclawdd, een klein plaatsje in het zuiden van Wales. Na zijn middelbareschooltijd studeerde hij muziek aan de Gowerton Grammar School in Cardiff en de Royal Academy of Music in Londen. In de jaren zestig kreeg Jenkins bekendheid als jazz- en rockmuzikant. Tussen 1972 en 1984 speelde hij onder andere mee in een progressieve rockband, The Soft Machine. Pas in 1995 breekt hij door als klassiek componist met het album Adiemus. In 2009 componeert Jenkins Stella Natalis, een kerstcadeautje voor muziekliefhebbers met wat voor religieuze of spirituele achtergrond dan ook. Het werk is geschreven voor sopraan, koor en orkest, waarbij de trompet een hoofdrol speelt. Het libretto is voor het grootste deel geschreven door zijn echtgenote Carol Barrat, muziekpedagoog, pianist en componist. Stella Natalis betekent ‘ster van de geboorte’, met een verwijzing naar de ster van Bethlehem, of ‘ster van de oorsprong’. Het werk bestaat uit twaalf delen, met de vier aspecten van Kerstmis: winter, het slapende kind, boodschap van vrede, en dankzegging. In de twaalf delen arrangeert Jenkins kerstliederen van over de hele wereld en ook twee psalmen, en hij laat zich tevens inspireren door Zoeloeteksten die hij in deel 11 laat zingen midden in een vrolijke Christmas Carol. In deel 3, The triangle song, refereert Jenkins aan de Hindoegoden Brahma, Vishnu en Shiva en vervolgens gaat het over Sadrach, Mesach en Abednego, van wie in het derde hoofdstuk van het Bijbelboek Daniël wordt beschreven hoe zij, vanwege hun toewijding aan God, door een engel uit een brandende oven worden gered. Ook wordt Abraham genoemd als de profeet van het christendom, de islam en het jodendom. Deel 4 wordt opgedragen aan de pianolerares Christine Brown (1931-2009), een dierbare vriendin van Carol Barrat. Deel 5, Wintertide, is een zeer expressief lied over Koning Winter dat gevolgd wordt door alweer een wiegelied voor het pasgeboren Christuskind (zie ook deel 2: Lullay). In Make we merry, deel 7, haalt Jenkins een vrolijk Engels kerstlied uit de 16de eeuw van stal. Deel 8, From our earth, bezingt het heelal met daarin de sterren, de planeet aarde en de maan en in deel 9, The Protector, heeft Jenkins de tekst van psalm 121 op muziek gezet. Dan volgt de roep om vrede, gezongen in het Latijn: Dona nobis pacem. Het werk wordt afgesloten met een jubellied: psalm 100 uit het Book of Common Prayer uit 1662, dat nog steeds gebruikt wordt in de Anglicaanse Kerk.