Messa di Gloria | Giacomo Puccini (1858 - 1924)

De operacomponist Puccini werd geboren in 1858 in de Noord-Italiaanse plaats Lucca. Hier leefden vier geslachten Puccini, allen musici, organisten en kapelmeesters, verbonden aan de kathedraal. Van deze vier generaties geniet Giacomo Puccini nu nog grote bekendheid door onder andere zijn opera’s La Bohème, Tosca, Madame Butterfly, Manon Lescaut en Turandot. Elk jaar werd in Lucca het feest gevierd ter ere van San Paolino, de beschermheilige van deze stad. De Puccini’s traden dan op als belangrijkste organisten en als maestri di capella van de Duomo San Martino. Als voortzetting van de traditie van zijn familie componeerde Giacomo een Messa a quattro voci con orchestra (vierstemmige mis met orkest), later Messa di Gloria geheten. Het werk dat tevens als eindexamencompositie voor het Instituto Musicale Pacini in Lucca moest dienen voltooide hij op 21-jarige leeftijd. In de gedetailleerde partituur is de levendige fantasie van een talentvolle jongeman te zien, die na het leggen van dit fundament in zijn provinciale familietraditie, zijn talent voor opera verder ontwikkelt. De jonge Puccini maakt volop gebruik van de mogelijkheden van het orkest en zet het niet alleen ter begeleiding in. Hij laat het ook dramatische muzikale mededelingen doen. Alles staat in dienst van de grote emoties. In zijn latere werk gebruikt hij een aantal thema’s uit de mis opnieuw. Zo bouwde hij het Agnus Dei om tot een madrigaal voor mezzosopraan in Manon Lescaut. Hoewel de eerste uitvoering van de mis in 1880 een geweldig succes was en uitgebreid geroemd werd door de muziekcritici, was deze eerste uitvoering tevens de laatste. Door zijn enorme operasuccessen verdween het werk in het archief. Totdat in 1951 een Amerikaanse priester, genaamd Dante del Fiorentino, naar Puccini’s geboorteplaats Lucca ging om materiaal te verzamelen voor zijn boek Immortal Bohemian, over het leven van Giacomo Puccini. Daar kwam hij in contact met de beroemde familie Vandini, waarvan een lid Puccini’s secretaris was geweest, en ontdekte tussen de papieren de Messa a quattro voci con orchestra. Pater Dante nam het werk mee naar Amerika, waar het werd uitgegeven onder de naam Messa di Gloria. Op 12 juli 1952 werd het uitgevoerd tijdens de Grand Park Concerts in Chicago met de Swedish Choral Club onder leiding van Alfredo Antonini. De uitvoering was een enorm succes. Op 23 december 1952 werden de Europese muziekliefhebbers verrast met de uitvoering in Napels. A. Parente, een eminent Italiaans muziekcriticus, noemde in Il Mattino di Napoli het werk “een eeuwigdurend monument voor de glorie van God”.

Magnificat | John Rutter (1945)

John Rutter werd in 1945 in Londen geboren en kreeg zijn eerste muzieklessen als koorknaap op Highgate School. Hij studeerde vervolgens muziek aan het Clare College in Cambridge waar hij zijn eerste uitgegeven composities schreef en dirigeerde. Hij componeerde zowel grote als kleine koorwerken, verschillende orkest- en instrumentale stukken, een pianoconcert, twee kinderopera’s, televisiemuziek en speciale stukken voor groepen als het Philip Jones Brass Ensemble en The King’s Singers. Zijn grote koorwerken, Gloria (1974), Requiem (1985) en Magnificat (1990), zijn vele malen uitgevoerd in Engeland, Amerika en een groot aantal andere landen. Het Magnificat betreft de lofzang die Maria aanhief bij haar bezoek aan haar nicht Elisabeth (Lucas 1: 46-55). Deze hymne was in de 6e eeuw het hoogtepunt van de benedictijnse vespers. Vanaf circa 1400 is het in alle gangbare meerstemmige vormen steeds feestelijk getoonzet. Sinds het prachtige Magnificat van Bach hebben echter weinig componisten deze tekst op muziek gezet. Rutter wilde al langere tijd een Magnificat componeren. Hij was er echter niet zeker van hoe hij met de tekst zou omgaan, totdat hij uiteindelijk een aanknopingspunt vond bij de viering van de Mariafeesten in landen als Spanje, Mexico en Puerto Rico. In deze landen worden de Mariafeesten uitbundig gevierd. Naast de traditionele processies gaan de mensen vaak zingend en dansend de straat op. Hoewel hij zich daarvan pas naderhand bewust was, zag Rutter deze beelden voor zich toen hij zijn Magnificat componeerde. Deze invloeden zijn in deze bijzondere compositie duidelijk merkbaar, met name door de vele syncopen, maatwisselingen, polyritmiek en het gebruik van bongo’s en ander slagwerk. In navolging van Bach voegde Rutter delen toe aan de liturgische tekst, zoals het prachtige oud- Engelse gedicht Of a Rose en het gebed Sancta Maria, als ook het Sanctus in het derde deel, naar het Gregoriaanse gezang uit de Missa cum jubilo. Rutter componeerde zijn Magnificat in het voorjaar van 1990. De première vond plaats in mei 1990 in Carnegie Hall, New York.